maandag, juli 13, 2009

De beste tijd van mijn leven

'Ik heb hier de beste tijd van mijn leven.' De mevrouw die dat tegen mij zei woont niet bij mijn moeder maar in het 'gewone' bejaardenhuis. Ze zit in een rolstoel en je kunt haar altijd vinden bij de ingang van het huis. Ik keek blijkbaar zo verbaasd dat ze meteen ging uitleggen wat ze bedoelde. Ze had de man van haar leven ontmoet, hij was dan wel vrij snel overleden, maar ja die kans is groot in haar leeftijdscategorie. Haar fysieke plek is misschien nog een belangrijker argument. Met enthousiasme vertelde ze wat ze zoal ziet op een dag. Ze heeft het hele gedoe met de inmiddels voor altijd gesloten toegang meegemaakt en ziet nu hoe mensen staan te klungelen met hun pasje als het niet werkt en hoe lang mensen moeten wachten voor ze naar binnen kunnen. Ze ziet hoe de directeur af en toe zijn kamer uit komt met een stapeltje papier in zijn handen dat hij vervolgens bij iedereen in de brievenbussen stopt. En iedereen komt even bij haar buurten. Ze heeft niet zo lang geleden in het ziekenhuis gelegen en werd meteen gemist. Ik denk dat ze in heel haar leven nog nooit zo veel aandacht heeft gekregen. Goh, wat zou het mooi zijn als dat het imago van een bejaardenhuis/verpleeghuis was. Okay, het hoeft niet de beste tijd van je leven te zijn, maar dat je in ieder geval het gevoel hebt dat je gewaardeerd wordt, dat je er toe doet. Volgens mij kost dat niet zoveel geld!

maandag, juli 06, 2009

Huiskamerwerker

Het verpleeghuis van mijn moeder maakt onderdeel uit van een verzorgingshuis, dus er zitten ook een hoop oudere mensen die niet dementerend zijn, of nog niet zo erg. Wat me soms opvalt is dat mensen heel erg fel zijn op hun eigen plekje in het restaurant en in de zitjes van de entreehal. En ik hoor soms ook wel verhalen over hoe onaardig mensen kunnen zijn tegen nieuwelingen of tegen medebewoners die niet helemaal zijn zoals je ‘behoort te zijn’. Mijn zus noemt de dames die in het huis van mijn moeder bij de entree zitten wel eens de bejaarde pubermeisjes. Ik maakte het een keer mee dat een van de zitjes in de hal bezet was door een hele familie waarvan de vader en opa net was gestorven. Het was er een drukte van belang, een beetje verdrietig maar het klonk ook gezellig. Misschien ben je ook een beetje opgelucht als een heel oud iemand overlijdt.
Tegen een uur of drie zag ik een van de ‘stamgasten’, een oud dametje, met grote overtuigingskracht haar rollator richting zitje van de familie duwen. Ik voelde de bui aankomen. ‘Dat is mijn stoel’, beet ze iemand van het groepje toe. Oef, dacht ik. Je moet respect hebben voor ouderen, maar dit ging wel ver. Een jong meisje uit het gezelschap stond op en liep naar de mevrouw. Ze raakte haar even aan en vertelde dat haar opa zojuist was overleden en dat de familie hier even bij elkaar zat en of de mevrouw het niet heel erg zou vinden om een stukje verderop te gaan zitten. ‘Waar moet ik dan zitten’, antwoordde de mevrouw niet echt vriendelijk, maar het meisje liet zich niet van de wijs brengen. Ze duwde de mevrouw met zachte hand in de richting van een ander zitje en zorgde ervoor dat de mevrouw er een stoel vond. Knap deed ze dat. Eigenlijk zou een verpleeghuis/bejaardenhuis eens moeten investeren in een soort welzijnswerker, een huiskamerwerker zoals een straathoekwerker voor jongeren, iemand die op een respectvolle manier de oudjes af en toe tot de orde kan roepen. Dat zou het leven in zo’n huis misschien aangenamer maken.

maandag, juni 29, 2009

Gemiste kans

‘Medewerkers positief over kleine projecten dementiezorg.’ Dat is de conclusie van een onderzoek dat het Nivel deed onder 17 kleinschalige dementieprojecten in zorginstellingen. Dat is mooi om te horen, maar niet echt verrassend. Ik ben wel benieuwd hoe bewoners en familieleden het vonden. Ik spit het persbericht door. Het zijn vooral de projectleiders en het verzorgend personeel die positief zijn, hoewel voor de laatsten geldt dat de werkdruk er niet door is afgenomen. De onderzoekers noteren dat ‘voldoende steun van het management een belangrijke voorwaarde is’. Bij de bewoners hebben de onderzoekers geen ‘veranderingen in het sociaal welbevinden’ aangetroffen. Over familie zie ik niks.
Dan maar eens het hele onderzoek opsporen, het staat op de site van het Nivel. De familie heeft één keer een vragenlijst gehad over het project. De meeste van hen die de vragenlijst hebben ingevuld, zijn regelmatige bezoekers, minstens een keer per week. Zij mochten zich uitlaten over zaken als bejegening en ervaren sfeer. Dat zijn van die onderwerpen waar wij ons ook elk jaar over mogen uitlaten. Zolang familie bang is dat kritiek op de instelling rechtevenredig terugkaatst op hun familielid in het verpleeghuis zullen de resultaten altijd hetzelfde zijn: iedereen is tevreden.
De bewoners zijn geobserveerd door de verzorgenden, gebruikmakend van enkele meetinstrumenten, waarvan in het onderzoek al wordt aangegeven dat het moeilijk meten is met dementerenden. Waarom hebben ze die familie niet gevraagd om ook hun oordeel te geven over het welbevinden van hun familielid in het verpleeghuis?

En dan lees ik een aardige bijdrage op internet van een van de deelnemende instellingen. Ik citeer het hier bijna totaal. Niks aan toe te voegen...
“Met deze projecten heeft het Innovatiefonds Zorgverzekeraars ruimte gegeven aan een onderontwikkeld stuk in de zorg voor dementerenden. Aandachtigheid, er voor elkaar zijn is namelijk in een medisch, instrumenteel gedomineerde wereld niet meer zo normaal als het lijkt. En het is minder eenvoudig dan gedacht. Dat wordt ook weer geïllustreerd door het onderzoek en de manier waarop over de uitkomsten wordt gesproken.
Bijvoorbeeld de zinsnede over communiceren met dementerenden: 'Communicatie met bewoners is beperkt mogelijk'. Daar ligt een hardnekkig misverstand. Communicatie met dementerenden is goed mogelijk, maar vraagt een andere manier van communiceren. En dat is moeilijk. Juist daar is tijdens het project hard aan gewerkt, met bijzondere resultaten! Dat kost, naast de investering in professionaliteit, niets extra's. Sterker, dit levert kwaliteit van zorg, kwaliteit van werk en geld op. Ernstig vind ik het dat hier bij het onderzoek geen aandacht voor was en nu ook niets over gezegd wordt.
Als eindverantwoordelijke van een van de projecten (Zorg voor elkaar) vind ik het daarnaast apart dat een ander belangrijk winstpunt onbenoemd blijft. Minstens zo belangrijk als de steun van de manager is de coöperatie met de mantelzorger. Daar lees ik hier niets over, terwijl binnen de kwaliteit van leven en zorg op het gebied van dementie dit een o zo belangrijk aspect is. Binnen ons project is juist gewerkt aan de verbinding met de mantelzorgers, wederom gebaseerd op andere communicatie. Aandachtigheid, ook voor de mantelzorger, als professionele opdracht. Dat was geen sinecure en toch zijn de verzorgenden in onze twee projecten hier goed in geslaagd stappen te zetten. Op dat vlak zijn binnen negen maanden bijzondere resultaten geboekt. Die mis ik in deze verantwoording en laat behaalde resultaten onbekend. Onbegrijpelijk omdat hier de sleutel ligt voor verbinding met een ander belangrijk thema: participatie van de mantelzorg en versterken van sociale cohesie. Een gemiste kans?”

Een kleine toevoeging, ik kan het niet laten, het verpleeghuis waar mijn moeder woont, zat niet bij de onderzochte projecten. Ook een gemiste kans!

maandag, juni 22, 2009

Met de deuren dicht

Afgelopen weekend was ik bij mijn moeder en het ging niet echt lekker. Het was zaterdagmorgen, een uur of tien. Het vensterglas van de entree was volgeplakt met de aankondiging dat het verpleeghuis nu 24 uur per dag, 7 dagen per week dicht is. Zie de foto hieronder. De receptionist is geschrapt. Je komt er alleen maar in met een pasje of door aan te bellen. Dat is pas een gastvrij welkom heten!
Binnen zat een mevrouw achter het raam, ze hief haar handen in de lucht met een gezichtsuitdrukking van ‘ik kan het ook niet helpen’. Ze maakte het gebaar dat ik op de bel moest drukken, maar dat had ik al gedaan. ‘Nog een keer’, zei ze in gebarentaal. Ik heb toen maar alle bellen ingedrukt... zij moest erg lachen, maar ik baalde. Want mijn gebel verstoort de verzorgenden die dan net rond die tijd mensen aan het verzorgen zijn, en dat dus eerst moeten afmaken voor ze mij kunnen opendoen. Tenminste ik hoop maar dat er geen verzorgenden zijn die mensen gewoon laten liggen in bed om de deur open te doen...
Eenmaal binnen was het gemopper niet van de lucht. De maatregel zou eigenlijk 1 juli ingaan, maar de directeur had het deze week al ingevoerd, en was zelf op vakantie gegaan. Reden voor invoering... vraaggericht werken. Ja, echt waar!
Op de afdeling zette het gemopper zich voort. Ik had medelijden met de verzorgenden, die nu ineens alle telefoons moesten aannemen, want geen receptionist betekent ook niemand aan de telefoon. De evv-er van mijn moeder is de rust zelve en verzekerde mij dat hij bezoekers gewoon aan de deur laat wachten als hij bezig is iemand te verzorgen. Gelukkig voor de bewoners, maar ongelukkig voor de bezoekers.
Ik ben maar snel met mijn moeder naar buiten gegaan. Eruit kon ik zonder pasje.
’s Middags – na mijn moeders middagdutje - haalde ik het in mijn hoofd om om 16.45 uur een portje voor haar te bestellen in het restaurant beneden. Maar de kassa was al opgemaakt, de flessen waren al opgeborgen. Uit pure frustratie ben ik het verpleeghuis uitgesjeesd met mijn moeder en heb ik aan de overkant in een heel gastvrij restaurant een portje met haar gedronken. Maar veel rust bracht dat ook niet. Ik baalde. Al dat belachelijke gedoe... dat allemaal heeft ook gevolgen voor mijn bezoek aan mijn moeder. Ik wil gewoon er zijn voor mijn moeder, en me niet hoeven op te winden over al die absurditeiten. Dat is niet goed voor mezelf en ook niet goed voor mijn moeder.

zaterdag, juni 20, 2009

24 uur, 7 dagen per week



Klik op de foto voor een vergroting.

maandag, juni 15, 2009

Bondgenoten

Soms kom je van die leuke mensen tegen met mooie ideeën. Afgelopen vrijdag was ik bij de presentatie van de brochure ‘Thuis Voelen, gids voor naasten en verpleeghuis als bondgenoten in waardige zorg’, van de Vereniging het Zonnehuis. De schrijfsters van de brochure hebben gesprekken gevoerd met zowel personeel als familie bij drie instellingen. Wat bleek uit die gesprekken: familie wil best meer tijd besteden in het verpleeghuis, als ze zich maar serieus genomen voelen. En ‘meer tijd en aandacht van naasten ontlast de zorgverleners, zodat zij hun werk met meer rust kunnen doen.’
Er staan een boel leuke tips in, bijvoorbeeld dat je als familie een placemat kunt maken met de foto van de bewoner erop en ook de eetwensen of gewoontes op een inschuifbaar kaartje. Wat mij erg aanspreekt is de rol van ICT. De tip van de schrijfster is om telecom bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te wijzen en wifi mogelijk te maken in de hele verpleeghuissector. Die vind ik wel goed. Want dat betekent dat als ik bij mijn moeder ben dat ik dan mijn laptop kan openklappen, skype kan openen en haar vervolgens met anderen kan laten praten of foto’s kan laten zien van kleinkinderen op webpagina’s. Voor mijn moeder is dat allemaal een brug te ver, dat had acht jaar geleden al moeten bestaan. Voor anderen kan dat zeker interessant zijn.
Maar goed, terwijl ik hier een beetje zit weg te dromen... krijg ik een berichtje van de vrouw die vanmorgen bij mijn moeder op bezoek wilde om haar mee naar buiten te nemen. Ze schrijft: “Met grote moeite binnengekomen, tja het nieuwe systeem! Pasje nodig om erin en eruit te komen vanwege de afwezige receptie!”. Naasten als bondgenoten, goed idee, maar zie eerst maar eens binnen te komen.

maandag, juni 08, 2009

'Dat doen wij al'

Afgelopen zaterdag had ik een feestje. Meer nog een reünie van mensen die ik soms meer dan 25 jaar niet meer had gezien. Persoonlijk ben ik nooit zo’n fan van reünies, je moet altijd zo vertellen wat je doet en dan krijg ik het gevoel dat je alleen van die succesverhalen mag vertellen. Dit keer heb ik het vaak over mijn moeder gehad, over het verpleeghuis en over de rol van familie daarin. Dat was leuk, want we worden allemaal ouder en we hebben er allemaal mee te maken. Het leukste was misschien wel de reactie van iemand die in de gehandicaptenzorg werkte en zelf een kind met syndroom van Down heeft. Ik vertelde haar dat ik een idee aan het ontwikkelen ben om familie een grotere rol te geven in het verpleeghuis, maar dan wel ook rekening houdend met de wensen en voorwaarden die de familie stelt, niet alleen als ‘helpende hand’ voorzover het de instelling uitkomt. Haar reactie: “Dat is toch prima, dat doen wij al. Ik weet zelf hoe het is.” Heerlijk. Mag dat ook in de verpleeghuiszorg?